De zorg voor kinderen

4.1 De opvang van nieuwe leerlingen in de school
De plaatsing van een kind op school
U kunt het hele jaar uw kinderen op school aanmelden. Lopende het schooljaar kunt u hierover contact opnemen met de directeur. Voor de aanmelding van nieuwe leerlingen voor de jongste groepen wordt een speciale informatie-/kennismakingsavond gehouden. Tijdens deze avond, die we in dit schooljaar gepland hebben op 9 maart 2017, krijgt u een schoolgids, aanmeldingsformulier en verdere relevante informatie. Het volledig ingevulde aanmeldingsformulier, met daarbij een kopie van het burgerservice-nummer van uw zoon/dochter, graag inleveren voor 14 april 2017.
In principe vindt plaatsing plaats op de eerste plaatsingsdatum nadat uw kind vier jaar geworden is en er wordt geen leerlingenstop ingevoerd. Instroomdata volgen later.
Uw kind start op 4-jarige leeftijd op school en stroomt in in groep 1. Blijkt in de loop van dit leerjaar dat het kind zich voldoende ontwikkelt om mee te gaan naar groep 2, dan is dat mogelijk. De leerkracht volgt de ontwikkeling van het kind zorgvuldig a.d.h.v. het Ontwikkelingsvolgmodel Jonge Kind en m.b.v. de Cito-toetsen Taal voor kleuters, Rekenen voor kleuters en eventueel Toets Ruimte en Tijd. Uitsluitend als het kind voldoet aan de vastgestelde criteria voor overgang naar groep 2, gaat het kind na (een deel van) groep 1 over. In de praktijk blijkt dat het vaak wenselijk is niet te snel over te stappen naar groep 2. Het kind kan in veel gevallen het sociaal-emotioneel nog niet aan om al mee te draaien op het niveau van groep 2 en daarna al op ca. 5 jaar en 9 maanden in te stromen in groep 3.
Bij de start na de kennismakingsdagen kiest u of uw kind een hele week (7 dagdelen) naar school komt of alleen op de morgens (4 dagdelen). In de eerste week van maart hebt u de mogelijkheid om uw keuze te wijzigen. Tussentijds wordt er niet gewijzigd om regelmaat en ritme in het klassengebeuren te houden. De keuze is aan u. En voor alle duidelijkheid willen we u erop wijzen, dat direct 7 dagdelen in groep 1 vanaf bijvoorbeeld november niet automatisch betekent dat uw kind aan het einde van groep 1 ook doorgaat naar groep 2. Alleen als het voldoet aan de vastgestelde criteria. We zullen hier zorgvuldig mee omgaan, omdat in de praktijk blijkt dat een te jonge instroom in groep 3 nogal eens sociaal emotionele zorgen geeft.
 
4.2 Het volgen van de ontwikkeling van de kinderen in de school 
Om de ontwikkelingen en de leervorderingen van uw kind te volgen, wordt, naast de beoordeling van het dagelijks werk, gebruik gemaakt van een observatie- en toetssysteem. In de groepen 1 en 2 wordt de ontwikkeling van de leerlingen gevolgd aan de hand van het Ontwikkeling Volg Model Jonge Kinderen (OVMJK). De verzamelde gegevens geven een beeld van de ontwikkeling van uw kind en geven de leerkracht zicht op de aandachtspunten voor de verdere ontwikkeling. De sociaal-emotionele ontwikkeling voor de kinderen van de groepen 1 tot en met 8 wordt jaarlijks gevolgd door middel van het pedagogisch leerlingvolgsysteem: ZIEN
Daarnaast is er voor de groepen 1 tot en met 8 een leerlingvolgsysteem waarbij elke leerling enkele malen per jaar objectieve en niet-methodegebonden toetsen maakt om de vorderingen voor lezen, taal en rekenen vast te leggen. Deze informatie geeft aanwijzingen op welke onderdelen speciale aandacht gegeven moet worden. Het school evaluatie instrument van ons LVS. helpt ons als schoolteam zicht te houden op de kwaliteit van het onderwijs en deze zo mogelijk te verbeteren.
De verslaggeving van gege¬vens over leer¬lingen door de groepsleraar
Van elk kind worden gegevens bewaard in een leerlingendossier. Hierin worden die zaken opgenomen die in de verdere schoolloopbaan voor de leerlingen van belang kunnen zijn. Dit betreffen gegevens van toetsuitslagen, rapportcijfers, gezinsomstandigheden, verslagje contactavonden, medische gegevens, etc.
Teamleden die in de school de vorderingen van de leerlin¬gen doorspreken 
De intern begeleider heeft enkele malen per jaar een bespreking met de leerkrachten over de vorderingen van het kind n.a.v. de M- en E-toetsen van Cito. Deze besprekingen zijn vooral gericht op extra zorg die nodig is voor een kind.
Daarnaast worden op de onder- en bovenbouwvergaderingen de leerlingen besproken. Naast de voortgang t.a.v. het leren komt hier ook het welbevinden van de leerlingen aan de orde.
 
4.3 De wijze waarop het welbevinden en de leervor¬de¬ringen van de kinderen besproken wordt met ouders
De ouders krijgen vanaf  groep 1 een rapport over hun kind. De rapporten worden drie maal per jaar gegeven. Vijf maal per jaar worden er contactavonden gehouden.  Voor elke ouder wordt tien minuten spreektijd gereserveerd. Hierover krijgt u nader bericht.
In de onderbouw worden ouderbezoeken afgelegd.
Mochten er speciale problemen zijn, dan neemt de leerkracht contact met u op en worden er nadere afspraken gemaakt over de contacten tussen school en ouders. U mag zelf ook contact opnemen met de leerkracht.
Ouderbezoeken
Vanwege toenemende werkdruk van de leerkrachten in de onderbouw hebben de directies van de scholen besloten dat men niet meer verplicht is alle ouders te bezoeken. Als men wel bezoeken wil afleggen of ‘nieuwe’ gezinnen wil bezoeken, wordt er een afspraak gemaakt De leerkrachten van de midden- en bovenbouw kunnen u bezoeken indien dat gewenst of noodzakelijk is. 
Informatieplicht
Iedere ouder heeft in principe recht op alle informatie over zijn of haar kind. Dus ook de ouders die gescheiden zijn en die allebei het gezag hebben over de leerling, hebben recht op alle informatie over hun kind. Ouders die geen gezag (meer) hebben over het kind, hebben ook recht op informatie over hun kind. (artikel 1:377C van het burgerlijk wetboek), maar de ouder zal daar echter wel zelf om moeten vragen. De school hoeft uit zichzelf geen informatie te geven aan deze ouders. Nadere informatie hierover vindt u in het protocol dat de directeur u kan overhandigen.
 
4.4 De speciale zorg voor kinderen met specifieke behoeften
De extra zorg binnen de groep
Wanneer een leerling een beperkte extrazorgbehoefte heeft, richt de leerkracht het onderwijs voor deze leerling anders in. Dit gebeurt na overleg met de intern begeleider en het vastleggen van de aanpassing in een hulpplan. Het hulpplan bevat de volgende componenten: de probleembeschrijving, de periode van de hulp, het doel van de hulp, de werkwijze, de persoon die het hulpplan uitvoert, de organisatie en het moment van evaluatie na 6 weken. Hulpplannen worden in het leerling-archief bewaard. 
De intern begeleider kan de schoolbegeleider consulteren om gerichte handelingssuggesties te verkrijgen.
De speciale zorg binnen of buiten de groep
Op grond van een onderzoek, uitgevoerd door de intern begeleider of de remedial teacher, kan besloten worden tot speciale zorg binnen of buiten de groep. Deze hulp wordt gegeven door de remedial teacher of de onderwijsassistente. De hulp wordt zoveel mogelijk binnen de groep gegeven. Extra instructie wordt door de remedial teacher/ onderwijs-assistent gegeven. Indien het vooral om het aanbieden van veel oefening gaat voert de onderwijsassistente de speciale zorg uit.
De speciale zorg staat onder coördinatie van de intern begeleider; deze dient planmatig te verlopen, wordt zo mogelijk aan meerdere leerlingen tegelijkertijd gegeven en draagt een tijdelijk karakter. De speciale zorg wordt in een hulpplan vastgelegd.
Zorgadviesteam (ZAT) / bovenschoolse hulp
Blijkt uit leerresultaten en/of observaties dat de genoemde extra en speciale zorg onvoldoende is, kan, uiteraard na overleg met de ouders, het kind besproken worden in het zorgteam. Dit zorgteam bestaat uit de intern begeleider van de school, een vertegenwoordiger van de schoolbegeleidingsdienst, van de GGD en van het Maatschappelijk werk: Stichting Schuilplaats. Het zorgteam denkt m.n. mee wanneer er sprake is van een complexe situatie waarin meerdere problemen spelen. Een voorbeeld: er is sprake van achterblijvende leerresultaten, maar de leerling heeft ook lichamelijke problematiek. Tijdens het ZAT-overleg, dat 4 keer per jaar plaatsvindt, wordt bepaald, na toestemming van de ouders, welke instantie zich bezig gaat houden met de problemen van de ingebrachte leerling. De intern begeleider richt zich met name op leer- en daarmee samenhangende gedragsproblemen, de GGD richt zich met name op het lichamelijk functioneren van de leerling, terwijl Maatschappelijk werk adviezen geeft betreffende specifieke problemen bij het opvoeden en opgroeien van een kind. Te denken valt hierbij aan hulp van maatschappelijk werk en Eléos / Riagg. 
Wanneer er sprake is van enkelvoudige problematiek wordt er, na toestemming van de ouders, rechtstreeks contact opgenomen met één van de genoemde hulpverlenings- instanties. In een aantal gevallen kan dit leiden om de leerling aan te melden bij het zorgloket van het samenwerkingsverband waarin de school participeert. 
Het Zorgloket kan diverse vormen van hulp inzetten:
  • een consultatie door de schoolbegeleider of de orthopedagoog;
  • inzet van de middelen van de commissie van onderzoek (schoolarts of maatschappelijk werker);
  • nader onderzoek door een orthopedagoog/psycholoog;
  • verwijzing naar een andere instelling (Gliagg, Riagg, maatschappelijk werk). 
De bovengenoemde vormen van hulp kunnen leiden tot het opstellen van een ontwikkelingsperspectief (OP). Een OP wordt vastgesteld in overleg tussen de ouders, de Intern Begeleider en een extern deskundige (meestal een medewerker van Driestar-Educatief). Een handelingsplan heeft dezelfde opbouw als een hulpplan, maar wordt vastgesteld in overleg tussen de ouders, de intern begeleider en een extern deskundige. (meestal een medewerker van Driestar-Educatief) Het zorgloket beslist over de toewijzing van de ambulante begeleiding.
Indien de hierboven genoemde vormen van hulp niet tot het gewenste resultaat leiden, zal het zorgloket tot het besluit komen de ouders te adviseren de leerling aan te melden bij  een basisschool voor speciaal onderwijs. Wanneer u als ouder meent dat er voor uw kind dergelijke bovenschoolse hulp nodig is, of indien u nadrukkelijk wenst dat uw kind naar een school voor speciaal basisonderwijs gaat, terwijl de basisschool die mening niet deelt, kunt u zich ook zelfstandig tot dit zorgloket wenden. Uiteraard kan dit pas nadat u voldoende geprobeerd heeft met onze school tot overeenstemming te komen over de te volgen koers voor uw kind. U dient zich te wenden tot het secretariaat van het zorgloket. U kunt hier ook een folder aanvragen betreffende de werkwijze van dit zorgloket. 
Leerlingen in achterstandsituaties
Onze school heeft te maken met een bovengemiddelde SE-factor (gewichtenregeling). Via het Gemeentelijk Onderwijs Kansenplan wordt specifieke aandacht besteed aan de taalontwikkeling middels het project ‘Bas in de buurt’. Hiermee beogen wij de passieve en actieve beheersing van de woordenschat van de Nederlandse taal op jonge leeftijd te vergroten. Dit doel wordt tevens nagestreefd door het zgn. “Verteltassen” project, dat we hebben voor de leerlingen van groep 1 en 2.  Door de hele school heen wordt expliciet aandacht besteed aan prentenboeken en informatieve boeken t.b.v. de woordenschatuitbreiding.
Nederlands als tweede taal
Tot op dit moment heeft onze school niet te maken gehad met leerlingen die Nederlands als tweede taal moeten leren. Indien zich een situatie voordoet waarin Nederlands als tweede taal aangeleerd moet worden, stellen wij ons in verbinding met onze schoolbegeleidings- dienst om een adequaat lesprogramma op te stellen.
Loket Noordoost
Onze school maakt deel uit van het reformatorisch landelijk samenwerkingsverband Berséba, regio Noordoost. Deze regio beschikt over een Loket (vroeger heette dat PCL), waar school en ouders terecht kunnen voor adviezen en informatie v.w.b. de juiste ondersteuning van zorgleerlingen. Ook kan de school bij het loket een aanvraag indienen voor Ambulante Begeleiding, voor een psychologisch onderzoek of een toelaatbaarheidsverklaring voor het sbo/so. Deze aanvraag gebeurt door de school, uiteraard na overleg met de ouders. De beide reformatorische speciale scholen voor basisonderwijs van ons samenwerkingsverband staan in Zwolle, te weten de Eliëzerschool en de Obadjaschool. 
In de eerste plaats is onze school het aanspreekpunt voor u als ouders, ook als het gaat om de juiste ondersteuning van uw kind. Als ouders zich echter niet gehoord voelen door de school kunt u zich ook rechtstreeks wenden tot het Loket Noordoost: 06-22765151. U kunt nadere informatie vinden over het loket en haar werkwijze op de site www.berseba.nl (regio Noordoost/loket).
Arrangementen
Aan uw kind kan soms een arrangement worden toegekend. Dit gebeurt als de gewenste ondersteuning daar om vraagt. Deze arrangementen bestaan er in verschillende vorm. Soms kan de school zelf erin voorzien, soms is hierbij hulp van buitenaf noodzakelijk. Arrangementen die toegekend worden door het Loket Noordoost zijn: een Psychologisch Onderzoek, een toelaatbaarheidsverklaring voor het sbo/so of het toekennen van Ambulante Begeleiding vanuit de regio. Andere arrangementen worden door de school aangevraagd/toegekend: inkoop van Ambulante Begeleiding vanuit cluster 1 (visuele problemen),  cluster 2 (taalspraakproblemen), cluster 3(lichamelijke- en verstandelijke handicap), cluster 4 (gedrag).
De zogenaamde rugzakken worden niet meer toegekend. De school ontvangt gelden om deze ondersteuning zelf in te kopen of te verzorgen.  
Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE)
Voor- en vroegschoolse educatie houdt in dat kinderen op jonge leeftijd meedoen aan educatieve programma’s.  De centrumpro-gramma’s beginnen in de peuterspeelzaal en lopen door in de eerste  twee groepen van de basisschool.  De doelstelling van het VVE- beleid is om de ontwikkeling van kinderen uit autochtone en allochtone achterstandsgroepen zodanig te stimuleren dat zij hun kansen op een goede schoolloopbaan en maatschappelijke carriére worden vergroot.  Onze school onderhoudt contact op dit punt met de reformatorische peuterspeelzaal ‘Spelenderwijs’ in Staphorst.
De visie van onze school op de integratie van kinderen met een handicap
Op onze school zijn binnen het toelatingsbeleid en in het kader van passend onderwijs, in principe alle kinderen welkom die behoren tot het voedingsgebied van de school. Wel wordt bij aanmelding bekeken of verwacht mag worden dat het team dit kind kan begeleiden zonder dat het kind of de andere kinderen daardoor te kort komen. Plaatsing van kinderen, die specifieke zorg en aandacht nodig hebben, hangt af van de mogelijkheden die er op school zijn. 
Leerlingen met extra zorg en aandacht vallen onder speciale leerling begeleiding. Dit houdt in, dat wij accepteren dat leerlingen niet op dezelfde manier en in hetzelfde tempo leren. We gaan uit van verschillen tussen leerlingen bij het kiezen van onze leerinhouden en doelen waarbij verschillen in differentiecapaciteiten van leraren ook een rol spelen. Voordat tot plaatsing wordt besloten, wordt er een gesprek gehouden met alle betrokken instanties.
Wanneer tot plaatsing wordt besloten, moet namelijk duidelijk zijn dat:
  • de leerkracht waarbij het kind wordt geplaatst extra tijd beschikbaar    krijgt voor  zaken als bijscholing en extra contacten met ouders, ambulant begeleider en andere instanties;
  • de extra formatie die wordt ontvangen voor dit kind goed benut kan worden;
  • de ouders en de leraar elkaar van goede informatie zullen voorzien;
  • de ouders gevraagd zal worden om bij te springen indien nodig;
  • de intern begeleider regelmatig bij het overleg over de leerling betrokken kan zijn.
Steeds opnieuw zal bekeken worden of er voor dit kind nog voldoende mogelijkheden op school zijn. Het kind moet namelijk nog een ontwikkeling doormaken en zich veilig voelen binnen de school. Is dit niet meer of onvoldoende het geval, dan zal verwijzing naar een regionaal expertisecentrum of een school voor speciaal onderwijs overwogen worden.
Passend onderwijs
Indien er leerlingen zijn met specifieke onderwijsbehoeften die hierboven niet nader omschreven zijn, wordt contact opgenomen met de schoolbegeleidingsdienst om in overleg te bekijken welke specifieke aanpassingen noodzakelijk zijn.
Advies voor verwijzing naar een speciale school voor basisonderwijs heeft alleen plaats na overleg met de ouders/verzorgers en een onderzoek door een extern deskundige.
Van iedere leerling die de school verlaat, wordt een onderwijskundig rapport opgesteld ten behoeve van de ontvangende school. Een afschrift van dit rapport wordt eerst verstrekt aan de ouders van de desbetreffende leerling. 
Meer- en hoogbegaafdheid
Passend onderwijs is onderwijs voor alle leerlingen. Niet alleen de leerlingen die de leerstof moeilijk vinden verdienen extra hulp, ook leerlingen die meer- of hoogbegaafd zijn. Vaak zijn deze leerlingen erbij gebaat om een goede studiehouding te ontwikkelen. Dit willen we bereiken door hier zowel binnen- als buiten de klas aandacht aan te besteden. Indien zich het geval voordoet dat een hoogbegaafd kind onze school bezoekt, wordt een traject uitgezet waarin zoveel mogelijk aan de sociaal-emotionele en aan de cognitieve behoeften van de leerling tegemoet gekomen wordt.
Andere leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften
Indien er leerlingen zijn met specifieke onderwijsbehoeften die hierboven niet nader omschreven zijn, wordt contact opgenomen met de schoolbegeleidingsdienst om in overleg te bekijken welke specifieke aanpassingen noodzakelijk zijn.
Indien zich het geval voordoet dat een hoogbegaafd kind onze school bezoekt, wordt een traject uitgezet waarin zoveel mogelijk aan de sociaal-emotionele en aan de cognitieve behoeften van de leerling tegemoet gekomen wordt.
Advies voor verwijzing naar een speciale school voor basisonderwijs heeft alleen plaats na overleg met de ouders/verzorgers en een onderzoek door een extern deskundige.
Van iedere leerling die de school verlaat, wordt een onderwijskundig rapport opgesteld ten behoeve van de ontvangende school. Een afschrift van dit rapport wordt eerst verstrekt aan de ouders van de desbetreffende leerling. 
 
4.5 De begeleiding van de overgang naar het voortgezet onderwijs
Na het gereed hebben van een advies voor het vervolgonderwijs worden er contactavonden belegd. Tijdens deze avonden wordt met de ouders de schoolkeuze van het kind besproken. In november ontvangt u ter voorbereiding op de opendagen van het voortgezet onderwijs van de groepsleerkracht een voorlopig niet bindend studieadvies zodat ouders en kinderen zich goed kunnen oriënteren voor de definitieve schoolkeuze. De basisschool meldt met instemming van de ouders de leerling aan bij het vervolgonderwijs. Op 18, 19 en 20 april 2017 nemen de leerlingen van groep 8 deel aan de Cito-eindtoets. 
 
4.6 Jeugdgezondheidszorg
Vanaf augustus 2016 kiest de Jeugdgezondheidszorg van GGD IJsselland voor een andere werkwijze. Veel ouders kennen het consultatiebureau. In de basisschoolperiode wordt uw kind een paar keer uitgenodigd voor een gezondheidsonderzoek of komt de GGD op school om voorlichting te geven. Voor de gezondheidsonderzoeken ontvangt u een uitnodiging.
Als uw kind 5 of 6 jaar oud is
Het gezondheidsonderzoek voor kinderen van 5 of 6 jaar is veranderd. Het onderzoek bestaat nu uit twee delen. De doktersassistente komt eerst een keer op school voor een ogen- en gehoortest. Op een later moment wordt uw kind en ouder(s) uitgenodigd op het consultatiebureau voor het tweede deel van het gezondheidsonderzoek door onze jeugdverpleegkundige.
Als uw kind 10 of 11 jaar oud is
Tijdens dit onderzoek meet de doktersassistente op school de lengte en het gewicht van uw kind. U vult als ouder van tevoren een vragenlijst in en kunt hier ook zelf vragen in stellen. Bijvoorbeeld over groei, ontwikkeling, gedrag en opvoeding. De GGD neemt hierover dan contact met u op.
Als uw kind in groep 8 zit
In groep 8 komt de GGD een keer op school om voorlichting te geven over een gezonde leefstijl. 
Tussendoor een vraag?
Als ouder weet u het beste hoe het met uw kind gaat. Maar twijfelt u ergens aan? Bel of mail naar de jeugdgezondheidszorg van GGD IJsselland. Of loop eens zonder afspraak binnen tijdens het inloopspreekuur! De tijden staan op de website van GGD IJsselland.
Telefoon 088 443 07 02 (op werkdagen)
E-mail: jeugdgezondheidszorg@ggdijsselland.nl
Website: www.ggdijsselland.nl 
Zorg op maat
Bij problemen kunt u altijd vragen om een gesprek of een extra onderzoek.
Ook kan de jeugdverpleegkundige een bezoek aan huis brengen om met u dieper in te gaan op bepaalde onderwerpen. 
Daarnaast hebben de jeugdverpleegkundige en de Intern Begeleider op school contact over leerlingen waar extra zorg nodig is.
De Jeugdgezondheidszorg werkt veel samen met de huisarts, schoolbegeleidingsdiensten, thuiszorginstellingen, Eleos, stichting Schuilplaats, de RIAGG en het bureau Jeugdzorg Overijssel. Eventueel wordt u naar één van deze instanties doorverwezen.
Meldcode
Als wij op school een vermoeden hebben dat een leerling mogelijk slachtoffer is van huiselijk geweld en/of kindermishandeling, dan handelen wij zoals beschreven staat in de “Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling” zoals deze op school wordt gebruikt. Het personeel heeft op dit onderwerp scholing gevolgd.
 
4.7 Schoolbegeleidingsdienst
Onze school is aangesloten bij Driestar-Educatief. De schoolbegeleidingsdienst kan worden ingeroepen bij leerlingen-onderzoek, leerlingen¬bespreking en leerlingbegeleiding. Vooraf echter wordt in alle gevallen overleg gepleegd met de ouders. Daarnaast kan Driestar-Educatief ingeschakeld worden bij de begeleiding van allerlei onderwijs¬ondersteunende werkzaamheden. Onze schoolbegeleider is dhr. A. de Waard en onze orthopedagoge is mw. drs. J. Wessels. 
 
4.8 Wet Bescherming Persoonsgegevens
In verband met de Wet op de Bescherming van Persoonsgegevens (WBP) heeft onze SBD ‘Driestar-educatief’ een Reglement Verwerking Persoonsgegevens opgesteld. Dit  Reglement schrijft onder meer voor dat zonder schriftelijke toestemming van de ouders de SBD geen informatie mag vastleggen over leerlingen. Bij elke nieuw aangemelde leerling moeten de ouders/verzorgers een toestemmingsverklaring ondertekenen. Concreet houdt dit in, dat bij elke hulp van buitenaf ten behoeve van uw kind, uw instemming nodig is, ongeacht de aard van de hulpvraag.
 
4.9 Logopedie
Onze logopediste verleent één dag per week hulp aan kinderen die problemen hebben met de taal - en spraakontwikkeling. Zij behandelt die kinderen die:
  • een afwijkend mondgedrag hebben;
  • een vertraagde spraak - taalontwikkeling hebben;
  • stotteren;
  • hees zijn.
Elk kind wordt in de maand dat het 5 jaar wordt, onderzocht op zijn/haar logopedische en taalkundige ontwikkeling.
Naar aanleiding van screening wordt bepaald welke kinderen hiervoor in aanmerking komen. Voor de behandeling begint, krijgt u hierover bericht en/of worden de ouders voor een kennismakingsbezoek uitgenodigd. 
 
4.10 Kinderfysiotherapie
De leerlingen van groep 2 worden door de kinderfysiotherapeut gescreend. Er wordt gekeken  naar de onderdelen grove motoriek, balvaardigheid, handvaardigheid en herken- en natekenvaardigheden. Bij de grove motoriek wordt gekeken naar evenwicht, hinkelen, springen en een combinatie van bepaalde bewegingen. Bij balvaardigheden ligt de nadruk op het gooien, richten en vangen. Het onderdeel handvaardigheid probeert de potloodhantering in beeld te brengen evenals de handvoorkeur, potlooddruk, het sturen van het potlood e.d. Herken- en natekenvaardigheden geven zicht op een stukje herkenning en wijze van natekenen van bepaalde figuren.
 
4.11 SOVA-training
Sommige kinderen hebben problemen op sociaal-emotioneel gebied; Ze zijn bijvoorbeeld niet weerbaar genoeg, hebben last van faalangst of kunnen niet omgaan met kritiek. Onze scholen bieden hiervoor een SOVA-training aan.  De intern begeleider kan u over de training informatie geven en de aanmelding verzorgen.
In groep 1 en 2 is er ook extra ondersteuning voor sociale vaardigheden van het jonge kind mogelijk. In kleine groepjes worden leerlingen begeleid volgens een gestructureerde aanpak om beter te leren omgaan met elkaar.
 
4.12 School-video-interactiebegeleiding
Binnen de school wordt gebruikt gemaakt van school Video Interactie Begeleiding (SVIB). SVIB is een manier om met behulp van video-opnames te werken aan de optimalisering van het opvoedkundig klimaat en het onderwijskundig proces binnen de school. Dat houdt in dat er in de verschillende groepen, maar ook in de speelsituaties op het plein, opnames zullen worden gemaakt die later gebruikt zullen worden in coachgesprekken. SVIB geeft de leerkrachten letterlijk zicht op het  functioneren van en in de groep. De camera verheldert de situatie in de klas, omdat deze een objectieve weergave van de feiten mogelijk maakt. Vanuit de beelden komt men gemakkelijker tot eenduidig overleg. 
 
4.13 Centrum voor jeugd en gezin Staphorst
Het CJG-team Staphorst kan u advies en/of hulp geven als u vragen hebt over de opvoeding, gezondheid of ontwikkeling van uw kind. Dit kan in de vorm van mondelinge adviezen, cursussen en hulp. Ook kinderen en jongeren kunnen er terecht als ze vragen hebben. Het CJG-team bestaat uit de volgende ketenpartners: Carinova (wijkverpleegkundigen), jeugdverpleegkundige van de GGD en de maatschappelijke werkers in dienst van Carinova en Stichting Schuilplaats.
Het Centrum voor Jeugd en Gezin is er voor ouders, verzorgers, aanstaande ouders, kinderen en professionals.
U kunt rechtstreeks contact opnemen met het CJG, maar u kunt zich ook melden via de intern begeleider van de school. Iedere school heeft namelijk een loketfunctie voor het CJG. De IB-er van de school zorgt dan voor verder contact met het CJG.
 
4.14 Buitenschoolse activiteiten voor kinderen
Schoolreis
Voor de groepen 6 t/m 8 wordt er jaarlijks een schoolreis georganiseerd. Nadere gegevens over reisdoel, kosten, enz. worden tijdig bekend gemaakt. De kosten zitten in de ouderbijdrage.
Prinsjesdag
Met de leerlingen van groep 8 van onze 5 basisscholen gaan we op de derde dinsdag in september een educatief bezoek brengen aan Den Haag.
Excursie 
Er worden voor elke groep 1 of meer excursies georganiseerd binnen het kader van een project of vakgebied.  Jaarlijks nemen alle groepen deel aan het menu van Kunst en Cultuur in Overijssel met veelal bezoeken aan een eendenkooi,veldschuur etc.
Wettelijke aansprakelijkheid
De school is niet verzekerd tegen wettelijke aansprakelijkheid.
363